Als advocaat ben je gewend aan vertrouwelijkheid. Maar dat betekent niet automatisch dat je zelf iemand hebt bij wie je alles kunt bespreken.
Binnen een kantoor spelen belangen, posities en onderlinge verhoudingen. Thuis wil je ook niet altijd alles neerleggen.
Sommige twijfels houd je daarom voor jezelf.
Over je positie. Een collega of partner. Een beslissing die eraan komt. Je ambitie. Of over iets wat persoonlijk speelt.
Je zoekt geen advies van iemand die vertelt wat je moet doen.
Je zoekt een onafhankelijke gesprekspartner met wie je zonder consequenties hardop kunt denken.
Cliënten. Dossiers. Deadlines. Collega’s. Medewerkers. Declarabiliteit. Verantwoordelijkheid.
Het vak vraagt veel en je bent eraan gewend om dat aan te kunnen.
Maar misschien merk je dat de rek eruit begint te raken.
Je hoofd blijft ook ’s avonds doorgaan. Je wordt korter naar mensen om je heen. Je slaapt minder goed. Je hebt weinig ruimte om ergens echt afstand van te nemen.
Niet omdat je het vak niet aankunt.
Maar omdat je al lange tijd veel van jezelf vraagt.
Je vak kan ingewikkeld zijn. Mensen soms nog meer.
Misschien bots je steeds vaker met een partner, maat, collega of medewerker.
Je begrijpt rationeel prima wat er gebeurt, maar toch kom je er samen niet uit. Irritaties stapelen zich op. Gesprekken lossen weinig op. Dezelfde patronen blijven terugkomen.
En wanneer je niet alleen collega’s bent, maar ook samen verantwoordelijk bent voor het kantoor, wordt het nog ingewikkelder.
Wat is zakelijk? Wat is persoonlijk? Wat spreek je uit? En wat laat je maar zitten?
Soms helpt het om eerst helder te krijgen wat er bij jou gebeurt, voordat je probeert de ander te veranderen.